Luhu Groningen: meer dan koffie – zichtbaarheid, dovencultuur en gebarentaal
Waarom ik dit blog schrijf
Ik ben Engelien Kester en ik ben gevraagd om een blog te schrijven in aanloop naar Werelddovendag. Dat leek me een mooie kans om het verhaal van Luhu te delen, maar ook om iets te vertellen over dovencultuur en de zichtbaarheid van gebarentaal. Juist omdat ik er dagelijks middenin sta, weet ik hoe waardevol en nodig die zichtbaarheid is.
Deze laatste week van september – de Internationale Week van de Doven – is hét moment om daar extra bij stil te staan. Het is een week waarin wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor gebarentaal, dovencultuur en de rechten van doven. En wij, bij Luhu, nodigen je van harte uit om mee te doen. Want zichtbaarheid ontstaat pas echt wanneer horenden en doven elkaar ontmoeten, nieuwsgierig zijn naar elkaar, en samen ontdekken dat communicatie op veel meer manieren kan dan alleen met gesproken taal.
Misschien vraag je je af: wat is precies de Internationale Week van de Doven, de Internationale Dag van de Gebarentalen op 23 september, en de Werelddovendag op de laatste zaterdag van de maand? Dat leg ik later in dit artikel uit. Eerst wil ik je meenemen in het verhaal van Luhu – een plek waar gebarentaal elke dag de norm is, en waar je zelf kunt ervaren hoe dovencultuur eruitziet.
Wie wij zijn: Luhu Groningen
Luhu is een koffiezaak in Groningen, maar niet zomaar één. Wij worden volledig gerund door doven en slechthorenden. Van barista tot eigenaar – dat laatste ben ik zelf – iedereen werkt hier in zijn of haar eigen taal: de Nederlandse Gebarentaal (NGT).
Dat levert vaak grappige situaties op. Regelmatig krijg ik de vraag: “Mag ik de eigenaar spreken?” Waarop ik glimlachend zeg: “Dat ben ik.” Het blijft verrassend hoeveel mensen nog automatisch aannemen dat de leiding wel horend zal zijn.
Zo ook toen Robin van StayinGroningen contact met ons zocht over deze gastblog. Ze vond het een leuk idee om in het kader van Werelddovendag iets te publiceren over een café dat door doven wordt gerund. Toen we elkaar ontmoetten, begon ze automatisch te praten alsof ik horend was. Pas toen ik zei: “Wacht even, ik ben doof – kun je rustig praten of het even typen?” viel het kwartje. Achteraf gaf ze toe dat ze er gewoon van uit was gegaan dat de eigenaar wél horend zou zijn. Die vanzelfsprekende aanname laat zien waarom zichtbaarheid zo hard nodig is.

Communicatie bij Luhu: zo werkt het
Veel gasten vragen zich af: “Hoe bestel ik bij jullie als ik geen gebarentaal kan?” Het antwoord is eenvoudig: zoals overal, maar dan net even anders. Je kunt wijzen, typen op je telefoon, uitbeelden of een gebaar opzoeken in ons gebarenwoordenboek. En als je het niet weet? Gewoon vragen! Wij vinden het juist leuk als mensen nieuwsgierig zijn en iets nieuws proberen.
Een mooi voorbeeld is het gebaar voor cappuccino. Je maakt dit door een denkbeeldige capuchon over je hoofd te zetten. Dat lijkt misschien gek, maar is ontzettend logisch: het woord ‘cappuccino’ komt van ‘cappuccini’, monniken die een bruine pij met capuchon droegen. Zo zie je hoe gebaren vaak een beeldende oorsprong hebben.
De meeste bezoekers zijn verbaasd hoe soepel de communicatie verloopt. Vaak beginnen ze wat onwennig, maar binnen enkele minuten gaat het vanzelf. En meestal eindigt het met een glimlach.
Dovencultuur ervaren in het café
Luhu is meer dan een plek om koffie te drinken. Het is een ruimte waar je de dovencultuur van dichtbij ervaart. Dovencultuur draait om visuele communicatie, gelijkwaardigheid en verbondenheid. Waar horenden vaak gewend zijn aan geluid en achtergrondmuziek, heerst bij ons rust. Geen herrie van radio of tv, maar stilte waarin je ogen en handen het belangrijkste communicatiemiddel zijn. Voor veel bezoekers – zowel horend als doof – voelt dat verfrissend.
Daarnaast zie je bij ons hoe doven de norm bepalen. In veel werksituaties moeten doven zich aanpassen aan horende collega’s, uitleggen dat ze óók iets kunnen of voortdurend bewijzen dat ze erbij horen. Bij Luhu is dat omgekeerd: hier is gebarentaal de standaard. Dat geeft een andere energie – medewerkers voelen zich gezien en gewaardeerd, zonder zich anders voor te hoeven doen.

Waarom zichtbaarheid belangrijk is
Misschien herinner je het je nog: tijdens de coronaperiode verschenen tolken ineens bij alle persconferenties. Prachtig, want het zorgde voor een enorme zichtbaarheid van gebarentaal. Maar er gebeurde ook iets geks: de aandacht ging vooral naar de tolk, niet naar de doven zelf.
Tot op de dag van vandaag zijn doven vaak onzichtbaar. Mensen vinden het spannend om contact te maken, bang dat het niet lukt of dat ze iets verkeerd doen. Juist daarom is zichtbaarheid zo belangrijk.
Bij Luhu laten we elke dag zien dat communicatie niet ingewikkeld hoeft te zijn. Dat het zelfs leuk en verbindend is om op een andere manier contact te maken. En dat doven niet zielig of afhankelijk zijn, maar krachtig, creatief en ondernemend.
Luhu als werk- en leerplek
Toen ik Luhu begon, had ik een duidelijke missie: niet alleen koffie schenken, maar ook werk- en leerplekken creëren voor doven en slechthorenden. Plaatsen waar hun eigen taal de norm is, waar ze zich kunnen ontwikkelen, en waar ze niet steeds hoeven uit te leggen dat ze óók iets kunnen.
Dat is misschien wel ons grootste succes: dat wij laten zien dat een bedrijf volledig geleid kan worden door doven, zonder concessies te doen aan kwaliteit of professionaliteit. Medewerkers voelen zich thuis, gewaardeerd en trots. En gasten merken dat: de gastvrijheid en de sfeer zijn uniek.
Voor wie is Luhu?
Soms krijgen we de vraag: “Is dit een café voor doven?” Dan grap ik weleens: “Zijn alleen Italianen welkom in een pizzeria?” Natuurlijk niet! Iedereen is welkom bij Luhu.

